Toepassingen van noodverlichting
Noodverlichting kan twee doeleinden hebben. Ten eerste kan het dienen als vervangingsverlichting, zodat bij stroomuitval de normale werkzaamheden door kunnen gaan. Nood-evacuatieverlichting is gericht op de veiligheid bij ontruiming van een gebouw. Er zijn verschillende toepassingsgebieden van nood-evacuatieverlichting: Vluchtrouteverlichting bestaat uit vluchtwegaanduiding en vluchtwegverlichting. Bij vluchtwegverlichting geldt een minimale lichtsterkte van 1 lux op de vloer. Vluchtwegaanduiding geeft de kortst mogelijke vluchtweg aan door middel van de groen-witte pictogrammen, deze moeten aan strenge regels voldoen. Vluchtrouteverlichting moet worden toegepast bij: - elke uitgang die bedoeld is als nooduitgang; - elk niveauverschil , zoals trappen en hellingbanen; - elke richtingsverandering of kruising van de route; - de buitenzijde van elke uitgang naar buiten; - elke handbrandmelder, brandbestrijdingsmiddel of EHBO-post. Antipaniekverlichting is bedoeld om voldoende licht te creëren in grote ruimtes zodat de vluchtroute veilig bereikt kan worden. Hiervoor is minimaal 0,5 lux nodig. Verlichting bij risicovolle werkplekken is nodig wanneer direct gevaar voor de werknemer dreigt bij het uitvallen van de verlichting door een spanningsuitval. Als noodverlichting voor deze werkplekken is een minimale verlichtingssterkte van 15 lux vereist.